Gemeente Wezembeek-Oppem
  • Terug naar startpagina
  • Print
  • Sitemap
  • Trefwoordenlijst
Share/Save/Bookmark

Stookolietanks

Milieumelding


Wanneer de opslag van gasolie of stookolie, behorende bij een woongelegenheid, een capaciteit heeft van 5.000 liter tot en met 20.000 liter, is ze ingedeeld in de 3de klasse. Dan moet deze overeenkomstig Vlarem I bij het College van Burgemeester en Schepenen worden gemeld.
Gasolie en stookolie kunnen bodem en grondwater ernstig vervuilen. Lekkende tanks kunnen zelfs een bedreiging vormen voor de watervoorziening van huishoudens en bedrijven.

Bestaande tank


Als bestaande tank wordt beschouwd:
  • een tank van minder dan 5.000 liter, wanneer de eerste vulling is gebeurd vóór 1 augustus 1995,
  • een tank van 5.000 liter tot en met 20.000 liter (totaalopslag), wanneer de melding als 3de klasseinrichting bij het College van Burgemeester en Schepenen is gebeurd vóór 1 juli 1993 of wanneer de eerste vulling is gebeurd vóór 1 augustus 1995.

 

Constructie- en installatievoorschriften


Een bestaande tank moet niet voldoen aan de voorgeschreven constructie- en installatievoorwaarden voor nieuwe tanks, maar wel aan de overgangsbepalingen.
De constructie- en installatievoorschriften voor een nieuwe tank verschillen naargelang het gaat om een ondergrondse of bovengrondse tank en in functie van het materiaal waaruit de tank is vervaardigd. Op deze voorschriften wordt niet verder ingegaan. Vooral te onthouden is, dat elke plaatsing van een nieuwe tank moet gebeuren onder toezicht van een erkende technicus die u een attest aflevert waaruit moet blijken dat de tank conform de voorschriften is geplaatst.

Waarschuwings- of beveiligingssysteem


De grootste oorzaak van verontreiniging vormt het overvullen van tanks. Daarom wordt geëist dat een tank moet voorzien zijn van een waarschuwings- of beveiligingssysteem. Een waarschuwingssysteem geeft aan wanneer de tank voor 95 % gevuld is. Een beveiligingssysteem sluit de brandstoftoevoer automatisch af van zodra de tank voor 98 % gevuld is. Een bestaande tank van minder dan 5.000 liter moest uiterlijk op 1 augustus 2000 met één van beide systemen zijn uitgerust ; een bestaande tank van 5.000 liter tot en met 20.000 liter uiterlijk op 1 augustus 2001.

1. Lekdetectiesysteem


Een lekdetectiesysteem is een uitrusting die op de tank wordt aangebracht en die toelaat een lek in de tank in een vroeg stadium op te sporen. Voor tanks van minder dan 5.000 liter is dergelijk lekdetectiesysteem niet verplicht. Deze verplichting geldt evenmin voor bovengrondse tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter. Zij geldt echter wel voor alle ondergrondse tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter, met uitzondering nochtans van de tanks van 5.000 liter tot 10.000 liter uit kunststof of roestvrij staal die niet gelegen zijn in een waterwingebied of in een dito beschermingszone. De bestaande ondergrondse tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter moesten uiterlijk op 1 augustus 2001 met dergelijk systeem zijn uitgerust.

2. Kathodische bescherming


Een dergelijke bescherming dient om corrosie van een metalen tank tegen te gaan. Dit soort van bescherming is enkel verplicht in de welomschreven gevallen voor metalen tanks van 10.000 liter of meer die ondergronds zijn geplaatst. Of een dergelijke bescherming al of niet nodig is, moet blijken uit een onderzoek naar de bodemcorrosiviteit dat u door een erkende milieudeskundige in de discipline bodemcorrosie moet laten uitvoeren. Binnen de beperkte gevallen waar deze verplichting geldt, moesten de bestaande tanks uiterlijk tegen 1 augustus 2001 met dergelijke bescherming zijn uitgerust. Noteer echter dat alle tanks van minder dan 10.000 liter op algemene wijze zijn vrijgesteld van voormelde verplichting.

3. Inkuiping


Bovengrondse metalen tanks moeten in een inkuiping worden geplaatst waarin lekkende gasolie of stookolie wordt opgevangen. Voor dubbelwandige metalen tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter die uitgerust zijn met een lekdetectiesysteem geldt deze verplichting niet. Bestaande tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter, die onder voormelde verplichting vallen, moesten uiterlijk op 1 januari 2003 van een inkuiping zijn voorzien. Noteer dat deze verplichting niet geldt voor bestaande tanks van minder dan 5.000 liter.

Periodieke controles door erkende technicus


Het einde van de winter is het ideale moment om de stookinstallaties eens grondig te laten nakijken, om het volgende jaar gerust tegemoet te gaan.
Om een goede controle van uw installatie te laten uitvoeren, dient u niet te wachten totdat er zich een probleem voordoet. U bespaart op onkosten, reparaties en verbruik, indien u uw installatie tijdig laat controleren. Ook hier geldt: "voorkomen is beter dan genezen".
De controle mag alleen uitgevoerd worden door een erkend technicus inzake de controle en het onderhoud van stookolietanks. Elke erkende technicus bezit een erkenningsbewijs met een strikt persoonlijk erkenningsnummer, dat bestaat uit de letters "SV", gevolgd door 5 cijfers. Vraag naar dit bewijs vóór de controle. De lijst met erkende brandertechnici kan u hier 1opvragen op de milieudienst van het gemeentebestuur.

1. Controles



Nieuwe tanks


  • Tanks van minder dan 5.000 liter :

Voor metalen tanks, waarvan de buitenwanden niet visueel kunnen geïnspecteerd worden, moet de eerste periodieke controle gebeuren binnen de 6 jaar na de installatie. Vervolgens moet de tank verder om de 3 jaar periodiek door een erkend technicus worden gecontroleerd.
Voor kunststof tanks, waarvan de buitenwanden niet visueel kunnen geïnspecteerd worden, moet de eerste periodiek controle gebeuren binnen de 8 jaar na de installatie. Vervolgens moet de tank verder om de 4 jaar periodiek door een erkend technicus worden gecontroleerd.
Voor tanks, waarvan alle buitenwanden visueel kunnen geïnspecteerd worden, moet de eerste periodieke controle gebeuren binnen de 10 jaar na de installatie. Vervolgens moet de tank verder om de 5 jaar periodiek door een erkend technicus worden gecontroleerd.

  • Tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter :

Voor ondergrondse tanks, gelegen in een waterwingebied of dito beschermingszone, moet een beperkt onderzoek om het jaar gebeuren. Of uw tank in een dergelijk gebied of zone is gelegen, kan u vragen ofwel bij de milieudienst van uw gemeente, ofwel bij uw waterdistributiemaatschappij. Daarnaast moet om de 10 jaar een algemeen onderzoek, dat inzonderheid een dichtheidsbeproeving omvat, worden uitgevoerd. Dit
algemeen onderzoek is niet vereist voor kunststoffentanks.
Voor ondergrondse tanks, niet gelegen in een waterwingebied of dito beschermingszone, moet een beperkt onderzoek gebeuren om de 2 jaar. Daarnaast moet om de 15 jaar een algemeen onderzoek, dat inzonderheid een dichtheidsbeproeving omvat, worden uitgevoerd. Dit algemeen onderzoek is niet vereist voor kunststoffentanks.
Voor bovengrondse tanks moet een beperkt onderzoek gebeuren om de 3 jaar.


Bestaande tanks

  • Tanks van minder dan 5.000 liter :

Voor metalen tanks, waarvan de buitenwanden niet visueel kunnen geïnspecteerd worden, moest de eerste periodieke controle gebeuren vóór op 1 augustus 2002. Vervolgens moet de tank verder om de 3 jaar periodiek worden gecontroleerd. Voor kunststoffentanks, waarvan de buitenwanden niet visueel kunnen geïnspecteerd worden, moest de eerste periodieke controle gebeuren vóór 1 augustus 2002. Vervolgens moet de tank verder om de 4 jaar periodiek worden gecontroleerd. Voor tanks, waarvan alle buitenwanden visueel kunnen geïnspecteerd worden, moest de eerste periodieke controle gebeuren vóór 1 augustus 2003.

  • Tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter :

Voor ondergrondse tanks, gelegen in een waterwingebied of beschermingszone, moest een eerste algemeen onderzoek en, indien van toepassing, het corrosiviteitsonderzoek plaatsvinden vóór 1 augustus 2002. Of uw tank in een dergelijk gebied of zone is gelegen, kan u vragen ofwel bij de milieudienst van uw gemeente, ofwel bij uw waterdienst.
Vanaf de datum van dit eerste onderzoek moet om het jaar een beperkt onderzoek worden uitgevoerd, en om de 10 jaar een algemeen onderzoek. Dit algemeen onderzoek is niet vereist voor tanks uit gewapende thermohardende kunststoffen. Voor ondergrondse tanks, niet gelegen in een waterwingebied of beschermingszone, moest een eerste algemeen onderzoek en, indien van toepassing, het corrossiviteitsonderzoek plaatsvinden vóór 1 augustus 2002.
Vanaf de datum van dit eerste onderzoek moet om de 2 jaar een beperkt onderzoek worden uitgevoerd, en om de 15 jaar een algemeen onderzoek; dit algemeen onderzoek is niet vereist voor tanks uit gewapende thermohardende kunststoffen. Voor bovengrondse tanks, gelegen in een waterwingebied of beschermingszone, moest een eerste algemene onderzoek plaatsvinden vóór 1 augustus 2003.
Vanaf de datum van dit eerste onderzoek moet de tank om de 3 jaar een beperkt onderzoek ondergaan.
Voor bovengrondse tanks, niet gelegen in een waterwingebied of beschermingszone, moest een eerste algemene onderzoek plaatsvinden vóór 1 augustus 2003. Vanaf de datum van dit eerste onderzoek moet de tank om de 3 jaar beperkt onderzoek ondergaan.


2. Resultaat (periodieke) controle


Na de uitvoering van de controle moet de erkende technicus op de tank een onuitwisbare groene of rode merkplaat aanbrengen. Een groene merkplaat betekent dat de tank in regel is bevonden. Een rode merkplaat betekent dat de tank niet meer mag bijgevuld worden en dat de exploitant alle nodige maatregelen moet treffen overeenkomstig het verslag van de erkende technicus om de tank terug in goede staat te brengen. Als de exploitant de tank in goede staat heeft gebracht moet er eerst opnieuw een controle door een erkende technicus worden uitgevoerd. Pas als deze in regel wordt bevonden (= groene merkplaat) mag de tank opnieuw gevuld worden. Voor tanks van 5.000 liter tot en met 20.000 liter is ook nog een oranje merkplaat mogelijk. In dat geval mag, in afwachting dat de te treffen maatregelen zijn uitgevoerd, de tank nog gedurende maximum 6 maanden worden gevuld of bijgevuld.

3. Wat als de tank met een rode merkplaat niet meer herstelbaar is ?


Wanneer de tank definitief buiten gebruik wordt gesteld, moet deze eerst geledigd worden en moet de volledige opslaginstallatie verwijderd worden. Bij onmogelijkheid om de tank te verwijderen moet de geledigde tank worden gevuld met zand, schuim of enig ander inert materiaal. Zorg dat dit door of onder toezicht van een deskundige gebeurt die er over waakt dat alles ook met eerbiediging van het Afvalstoffen- en het Bodemdecreet wordt uitgevoerd.

Contact
Milieudienst

Louis Marcelisstraat 134
1970 Wezembeek-Oppem

Openingstijden

maandag, woensdag en donderdag van 8u30 tot 11u45

Medewerkers

Bart Fillé
Milieuambtenaar
02 783 12 66


Wezembeek-Oppem 2009 Louis Marcelisstraat 134 - 1970 Wezembeek-Oppem - Tel: 02 783 12 11 - Fax: 02 731 06 72
design & development by e2e NV